Vooreerst heeft men het dessin dat op “cartons” wordt getekend met inkleuring of met nummering van de kleurpartijen.Zo kan een tapijt meer dan honderd verschillende kleuren en tinten hebben.

De techniek van het weven is tot op heden onveranderd gebleven.
Nog steeds worden de Aubusson tapijten vervaardigd op een horizontaal getouw.
De scheringdraden of kettingdraden zijn van katoen, de inslag gebeurt met op klosjes opgerolde hoogwaardige fijne wol die met natuurlijke kleurstoffen geverfd werd.
Deze klosjes worden manueel tussen de pare en onpare scheringdraden geschoven om zo de tekening en het kleurenpatroon te volgen.
De wever heeft dus steeds de achterkant van het tapijt als werkkant en het carton met de tekening op ware grootte wordt onder de scheringdraden gevolgd.
Vandaar dat de ambachtslui het weefspiegeltje gebruiken om na te gaan of het geweven stuk wel degelijk overeen stemt met het carton.
De inslagdraden worden met een kam tegen elkaar aangeschoven tot een compact wolweefsel.
Bij het beëindigen van een tapijt worden, met een soort mythische spanning, de scheringdraden los gemaakt (“la tombée de métier”) en uiteindelijk kan het Aubusson tapijt zijn ware pracht prijsgeven.

Deze tapijten zijn met woldraad genaaid op een canvas.
De canvas is een uit katoen vervaardigde rasterstof die met een schuine steek, ook halve kruissteek genoemd, naar een patroon ingenaaid wordt.
Daar de canvas een beperkte breedte heeft worden verschillende genaaide stroken minutieus aan elkaar gezet.
Om de tapijten af te werken worden ze in zuiver water gewassen en opgespannen.
Sommige tapijten krijgen een ‘antique wash’ als laatste behandeling, dit om een ouder effect te bekomen.